Vraag Plenaire Zitting van mevrouw Ine Somers aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over “de concurrentiestrijd tussen de ziekenhuizen” (nr. P0175)

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, maandag werd op de pagina’s van De Standaard uitgebreid ingegaan op de groeiende problematiek rond de ziekenhuisfinanciering. In een opiniestuk van de voorzitter en afgevaardigd bestuurder van het AZ Nikolaas in Sint-Niklaas werd de onderfinanciering van de ziekenhuissector aangekaart.

Die situatie is vandaag de dag onhoudbaar geworden, omdat zij een enorme concurrentiestrijd tussen de ziekenhuizen heeft uitgelokt. Het streven naar marktaandeel wordt met de dag groter. Het rekruteren van patiënten is een streefdoel. Er werd zelfs gewag gemaakt van het feit dat ziekenhuizen patiënten doorverwijzen naar ziekenhuizen helemaal aan de andere kant van het land, omdat zij niet naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis wensen door te verwijzen, aangezien zij dat ziekenhuis als concurrentieel beoordelen. Het is duidelijk dat die situatie niet gezond is: niet voor onze gezondheidszorg, niet voor de patiënt, niet voor de kwaliteit en de betaalbaarheid van het systeem. Die situatie legt een hypotheek op de vorming van klinische netwerken binnen eenzelfde geografische zone. Dat opiniestuk is niet het enige dat daarover geschreven werd, want er is al meer inkt gevloeid over dat thema. Het blijkt al jarenlang een problematiek te zijn. Zo heeft ook het KCE daarover in de herfst van 2014 een rapport gepubliceerd waarin een aantal belangrijke zaken naar voren is gekomen. Steeds meer ziekenhuizen staan in het rood. De ziekenhuizen zijn niet aangepast aan de noden van de toekomst. Ook problematisch zijn de onderfinanciering, het overaanbod aan bedden, het overaanbod aan hooggespecialiseerde diensten, de nietbeloning naar kwaliteit en inhoudingen op erelonen. Zo kan ik nog doorgaan, die lijst is niet limitatief. Het behoeft dus geen betoog dat die problematiek groot is en dringend aangepakt moet worden, vermits de sfeer die heerst onder de ziekenhuizen en de bijkomende stemmingmakerij nefast zijn voor een goede en efficiënte zorgverlening. Mevrouw de minister, u hebt daaromtrent al een en ander kort aangekondigd in uw beleidsnota.

Mevrouw de minister, ik heb voor u de volgende vragen. Wanneer plant u een overleg met de betrokken actoren inzake die problematiek? Wij hebben vernomen dat er ook een taskforce opgericht zou worden. Wanneer zal dat overleg aanvangen en wanneer mogen wij in het Parlement de eerste resultaten verwachten? Hebt u naast de quick wins die u al hebt aangehaald inzake de terugdringing van het aantal ziekenhuisbedden en de beperking van de gemiddelde verblijfsduur in de ziekenhuizen, nog andere quick wins voor ogen die u nu al kunt meedelen

Geachte mevrouw Somers, wij zijn de eerste overlegronde gestart op 8 december met de stakeholders. Wij hebben overlegd met alle ziekenhuiskoepels, dat zijn er veel. Nu zijn wij bezig aan een overlegronde met de ziekenfondsen en daarna volgt er een met de artsensyndicaten. Daarnaast werken wij een methodologie uit voor de behandeling van dit inderdaad ingewikkelde dossier dat al vele jaren aansleept. Concreet zullen wij tegen eind maart met een actieplan naar de commissie voor de Volksgezondheid komen. Dat is al afgesproken met de voorzitter. Dit actieplan zal aangeven welke thema’s verder moeten worden uitgediept. Kortom, wij willen een timing en een methodologie voorleggen aan het Parlement. Het terugdringen van het aantal ziekenhuisbedden is wel moeilijk te benaderen als een quick win. Elke aanpassing aan de complexe manier waarop het budget inzake de financiële middelen van de ziekenhuizen wordt berekend, vereist eerst de nodige simulaties, dit om nefaste verschuivingen of andere onbedoelde effecten te voorkomen. De ziekenhuisfinanciering zorgt voor structurele en complexe problemen die dan ook een goed overlegde aanpak vereisen. De steeds weerkerende signalen inzake onderfinanciering zijn daar een voorbeeld van. Als iets duidelijk moet worden, is het dat hiervoor tot nu toe geen gemakkelijke of snelle oplossingen bestaan. Het regeerakkoord geeft niettemin aan dat de ziekenhuisfinanciering de juiste prikkels moet geven opdat de ziekenhuizen zouden samenwerken en opdat zij zich eventueel zouden specialiseren en in netwerken functioneren. De herfinanciering van de ziekenhuizen is daarbij zeer belangrijk. Ik rond mijn betoog af, voorzitter, maar ik wil wel nog zeggen dat de deelstaten belangrijke stakeholders zijn. Zij zijn nu immers bevoegd voor het erkenningsbeleid. Wij moeten dus beter samenwerken met de deelstaten en met hen taakafspraken afbakenen. Zij zullen dan ook als laatste geconsulteerd worden.

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik ben blij te mogen vaststellen dat van bij de aanvang van deze legislatuur al de daad bij het woord wordt gevoegd, dat u al met verschillende actoren hebt gesproken en dit op korte termijn zult voortzetten en dat u eind maart met een resultaat naar de commissie zult komen. Ik doe van hieruit een oproep naar alle actoren die bij dit belangrijke dossier betrokken zijn om met het Parlement en de minister mee te werken en zonder oogkleppen op onze ziekenhuissector klaar te maken voor de toekomst. Dit in het belang van de betaalbaarheid, maar vooral in het belang van de patiënten.