Vraag in plenaire: Vervroegd pensioen op basis van zware taken in plaats van zwaar beroep

 Het Nationaal Pensioencomité bepaalt momenteel de criteria op basis waarvan burgers vervroegd met pensioen kunnen gaan. Open Vld Kamerlid Ine Somers wil spreken van zware taken, veeleer dan zware beroepen in die beoordeling.

Tijdens het vragenuurtje in de Kamer informeerde Somers naar de stand van zaken van de onderhandelingen in het Nationaal Pensioencomité over het dossier van de zware taken. Deze verlopen niet van een leien dakje.

Somers: “Het spreekt voor zich dat mensen met een belastende carrière nog steeds vroeger op pensioen moeten kunnen gaan. Het is de visie van mijn fractie dat het daarij effectief om zware taken moet gaan, en dus niet om zware beroepen. Wij vinden tevens dat er slechts een minimaal aantal zware taken moet worden vastgelegd, anders wordt de vergrijzingsfactuur nóg groter. En, last but not least, de regeling moet uniform zijn voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren.”

 

Tegelijkertijd loofde Somers de voortgang van de pensioenhervormingen die reeds werden voltrokken, mét effect. Zo gaat de wettelijke pensioenleeftijd naar 67 jaar in 2030, de voorwaarden voor het vervroegd pensioen zijn verstrengd en de uitfasering van de diplomabonificatie voor de ambtenaren is begonnen. Er is een nieuwe wet inzake de rendementsgarantie voor de tweede pijler en de minimumpensioenen zijn verhoogd.

 

“De pensioenhervormingen van deze én de vorige regering doen de vergrijzingsfactuur dalen met maar liefst 1,9% van het BBP. Het armoederisico bij senioren is de afgelopen 10 jaar met een derde gedaald”, aldus Somers. “Maar natuurlijk zit het werk er nog niet op. Als we de pensioenen betaalbaar willen houden moeten we blijven hervormen. Daarbij moeten we allemaal wat langer werken, maar moeten ook de verschillende pensioenstelsels van zelfstandigen, ambtenaren en werknemers verder naar mekaar blijven toegroeien. Het kan niet dat de ene groep privileges krijgt, ten koste van de andere.”