Schriftelijke vraag – Prestaties thuisverpleegkundigen in zorginstellingen

 

Voorzieningen zoals rustoorden, rust- en verzorgingstehuizen, voorzieningen voor personen met een handicap ontvangen van de overheid subsidies voor de verloning van personeel, onder meer van verplegend personeel.

Nochtans stellen we vast dat thuisverpleegkundigen ook prestaties verlenen in deze voorzieningen.

  1. Hoeveel prestaties van thuisverpleegkundigen werden de afgelopen vijf jaar aan het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) aangerekend voor patiënten die verblijven in een rustoord en voor welk bedrag, opgesplitst per jaar en per provincie?
  2. Hoeveel prestaties van thuisverpleegkundigen werden de afgelopen vijf jaar aan het RIZIV aangerekend voor patiënten die verblijven in een rust- en verzorgingstehuis en voor welk bedrag, opgesplitst per jaar en per provincie?
  3. Hoeveel prestaties van thuisverpleegkundigen werden de afgelopen vijf jaar aan het RIZIV aangerekend voor patiënten die verblijven in een hersteloord en voor welk bedrag, opgesplitst per jaar en per provincie?
  4. Hoeveel prestaties van thuisverpleegkundigen werden de afgelopen vijf jaar aan het RIZIV aangerekend voor patiënten die verblijven in een residentiële voorziening voor personen met een handicap en voor welk bedrag, opgesplitst per jaar en per provincie?

 

  1. In rustoorden (ROB) en in rust- en verzorgingstehuizen (RVT) is het niet mogelijk verpleegkundige verzorging via artikel 8 van de nomenclatuur van geneeskundige verzorging aan te rekenen (artikel 8, § 3, 2°). Een ROB of RVT wordt vergoed via de verplichte ziekteverzekering op basis van een forfaitair systeem dat in principe ook de verpleegkundige verzorging dekt. Met de zesde staatshervorming is deze bevoegdheid overgeheveld naar de Gemeenschappen.
  2. Idem als punt 1.
  3. Momenteel beschik ik niet over cijfergegevens over het aantal prestaties van thuisverpleegkundigen aangerekend aan patiënten die verblijven in een hersteloord. Tot 1 april 2014 bestond in artikel 8 van de nomenclatuur slechts één rubriek waarbij alle verstrekkingen verleend in de praktijkkamer van de verpleegkundige, in een tijdelijke of definitieve gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats van mindervaliden of in een hersteloord onder dezelfde rubriek met dezelfde nomenclatuurcodes werden aangerekend.   Vanaf 1 april 2014 werd er een opsplitsing gemaakt van deze rubriek waarbij de verstrekkingen verleend aan patiënten die verblijven in een tijdelijke of definitieve gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats van mindervaliden werden ondergebracht in een aparte rubriek

3bis. In bijlage vindt u het aantal prestaties aangerekend in de praktijkkamer en hersteloorden voor de periode april 2014 – maart 2015. Vanaf 1 april 2016 kunnen geen toiletten en verbonden verstrekkingen meer geattesteerd worden wanneer deze verleend worden in de praktijkkamer van de beoefenaar van de verpleegkunde. De verpleegkundigen moeten vanaf dan via pseudocodes bij de facturatie aangeven waar de verstrekking wordt verleend. In de toekomst zullen zo meer gedetailleerde gegevens beschikbaar zijn over welke prestaties waar verleend worden.

  1. Vanaf 1 april 2014 worden cijfergegevens ingezameld over het aantal prestaties van thuisverpleegkundigen aangerekend aan patiënten die verblijven in een tijdelijke of definitieve gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats van mindervaliden. Op dat moment werd de rubriek 3 “Verstrekkingen verleend hetzij in de praktijkkamer van de verpleegkundige, hetzij in een tijdelijke of definitieve gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats van mindervaliden, hetzij in een hersteloord” opgesplitst in 2 rubrieken, namelijk rubriek 3 “Verstrekkingen verleend hetzij in de praktijkkamer van de beoefenaar van de verpleegkunde, hetzij in een hersteloord” en rubriek 3bis “Verstrekkingen verleend in een tijdelijke of definitieve gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats van mindervaliden”.   Voor de periode daarvoor beschik ik enkel over cijfergegevens voor al deze plaatsen van verstrekking samen, zonder opsplitsing. De door u gevraagde cijfergegevens betreffende voorzieningen voor personen met een handicap voor de periode april 2014 – maart 2015 vindt u terug in bijlage.