Schriftelijke vraag over de reservering van spermastaaltjes van dezelfde donor door lesbische koppels

Uit casuïstiek is een probleem aan de oppervlakte gekomen van een lesbisch koppel dat een staaltje van dezelfde anonieme spermadonor had laten reserveren dan degene met wiens sperma het eerste kind van het koppel via een fertiliteitsbehandeling was verwekt. Het koppel in kwestie hecht veel belang aan het feit dat de spermadonor van hun twee kindjes dezelfde is.

Dat komt wel vaker voor bij lesbische koppels omdat bij een belangrijk deel van die koppels er een zwangerschapswens bij beide partners is. Bovendien willen ze dat hun kinderen gelijkenissen met elkaar hebben. In tegenstelling tot heterokoppels zijn lesbische koppels hiervoor aangewezen op een gelijke spermadonor. Het probleem dat zich voordoet is een rechtstreeks gevolg van artikel 55 van de wet van 6 juli 2007 betreffende de medisch begeleide voortplanting en de bestemming van de overtallige embryo’s en de gameten dat bepaalt dat de gameten van eenzelfde donor niet mogen worden gebruikt om bij meer dan zes verschillende vrouwen telkens één of meer kinderen geboren te laten worden. Ondanks het feit dat het koppel een staaltje gereserveerd had voor een tweede zwangerschap, kregen beide vrouwen van het fertiliteitscentrum te horen dat het maximum van zes vrouwen was bereikt. Bijgevolg kon het koppel geen beroep meer doen op het gereserveerde spermastaal voor een tweede zwangerschap. De mededeling van het fertiliteitscentrum was opmerkelijk omdat uit het antwoord van de minister op een schriftelijke vraag van senator Temmerman (nr. 5-6764 van 18 juli 2012, zie: www.senate.be) is gebleken is dat binnen de huidige reglementering de wens van lesbische koppels om een afstamming te hebben met dezelfde donor van mannelijke gameten kan worden gerespecteerd. De minister voegde er in haar antwoord nog aan toe dat voor de lesbische partners elke vrouw apart wordt bijgehouden en er geen reden is om van deze regel af te wijken. Gegeven het concrete voorbeeld, rijst toch de vraag of in het geval van lesbische koppels de twee vrouwen beter zouden worden beschouwd als één entiteit?

  1. Erkent u het probleem van lesbische koppels die stoten op artikel 55 van de voornoemde wet van 6 juli 2007, zelfs indien ze een spermastaal hebben gereserveerd?
  2. Kan u begrip opbrengen voor de wens van lesbische vrouwen die alternerend zwanger willen worden van dezelfde spermadonor en zal u onderzoeken hoe de wetgeving kan worden aangepast zodat deze vrouwen zeker kunnen zijn dat de door hen gereserveerde spermastaal kan worden gebruikt?
  3. Is het een optie om een lesbisch koppel als één entiteit te beschouwen?
  4. Tegen denkt u een oplossing voor het probleem voor te stellen?

 

Artikel 55 van de wet van 6 juli 2007 betreffende de medisch begeleide voortplanting en de bestemming van de overtallige embryo’s en de gameten bepaalt inderdaad dat de gameten van eenzelfde donor niet gebruikt mogen worden om bij meer dan zes verschillende vrouwen telkens één of meer kinderen geboren te laten worden. Deze bepaling impliceert dat in een lesbisch koppel elke partner apart in rekening wordt genomen bij de bepaling van het aantal vrouwen die kinderen mogen krijgen met gameten van dezelfde donor. De praktijk om spermastalen te reserveren biedt doorgaans een oplossing om de kinderwens van beide lesbische partners te verwezenlijken, met gebruik van dezelfde donor. In de casus waarnaar u verwijst, had het fertiliteitscentrum het spermastaal echter op de verkeerde naam gereserveerd, namelijk deze van de partner die reeds een kind had dat verwekt was met gameten van de donor. Aangezien vervolgens het maximum van zes vrouwen was bereikt, was een nieuwe reservatie op naam van de andere vrouw wettelijk niet meer toegestaan. Dit zijn uitzonderlijke omstandigheden te wijten aan een fout van het fertiliteitscentrum. Daarnaast is een reservatie van spermastalen evenmin mogelijk wanneer de lesbische partner die als eerste binnen het koppel een kind heeft gekregen reeds de zesde vrouw is met een kind van dezelfde donor. De onmogelijkheid tot reservatie is in dit geval voor het fertiliteitscentrum reeds bekend bij de keuze van de donor en het is de taak van het centrum de wensouders hierover in te lichten. Niettemin illustreren enkele recente gevallen dat er reëel probleem bestaat bij de reservatie van spermastalen door lesbische koppels. Ik begrijp de wens van lesbische partners om afwisselend zwanger te worden met gameten van dezelfde donor zeer goed. Binnen mijn diensten is reeds de aanzet gegeven voor de herziening van de bovenvermelde wet. Concreet vindt er overleg plaats tussen mijn kabinet, het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten en de sector van de medisch begeleide voortplanting waarbij de mogelijkheden tot wijziging van de wet van 6 juli 2007 worden onderzocht teneinde de hiervoor geschetste problemen in de toekomst te vermijden. Het beschouwen van een lesbisch koppel als één entiteit is één van de opties die zouden kunnen worden overwogen.