Schriftelijke vraag – Blauwtongvirus

 

Door het uitbreken van het blauwtongvirus in Frankrijk enkele maanden geleden, is ook voor België nog niet elk gevaar voor blauwtong geweken. Eind november 2015 meldde u tijdens de bespreking van het onderdeel “Veiligheid van de Voedselketen” van de beleidsnota 2015-2016 dat de regering bij wijze van bewaringsmaatregel een algemene aanbesteding had uitgeschreven voor twee miljoen vaccindosissen en drie miljoen dosissen in optie. De beschikbaarheid van de vaccins bleek een heikel punt omdat de leveringsdatum kan oplopen tot drie à zes maanden na de bestelling. Idealiter zouden de vaccins voor het einde van de winter moeten worden toegediend.

1. Hoeveel respons kwam er op de aanbesteding voor de vaccindosissen? Wie tekende daarop in? 2. a) Werd de aanbesteding inmiddels toegekend? b) Zo ja, aan wie? Zo neen, wanneer zal dat gebeuren? 3. a) Welke adviezen heeft u ontvangen van de landbouworganisaties omtrent de beslissing of de vaccinatie verplicht dan wel facultatief zal zijn? b) Welke resultaten heeft de kosten-batenanalyse opgeleverd? c) Werd inmiddels effectief beslist of de vaccinatie verplicht dan wel facultatief zal zijn? d) Zo ja, op grond van welke argumenten werd de beslissing genomen? Zo neen, wanneer wordt de beslissing genomen? 4. Hoelang zal de leveringsdatum bedragen en zal de ideale timing om de vaccins toe te dienen voor het einde van de winter worden gehaald?

Mijn kabinet en ikzelf volgen het opnieuw opduiken van blauwtong van zeer nabij. Ik preciseer bovendien dat het gaat om een ziekte die in geen geval kan worden overgedragen op de mens. Tijdens de zomer van 2006 dook catarraalkoorts bij schapen, ook “bluetongue” of “blauwtong” genoemd, volledig onverwacht op in de vorm “serotype 8” (BTV8) in Europa, meer bepaald in de driehoek Duitsland-België-Nederland. Tijdens de epidemie van 2006 werden bijna 700 runder- en schapenbeslagen besmet in België. Duitsland en Nederland waren ook zwaar getroffen, net zoals het noorden van Frankrijk en het Groothertogdom Luxemburg. Tegen alle verwachtingen in, overleefde het virus de strenge winter van 2007 om meer dan 7000 bedrijven (opnieuw) te besmetten in België en van daaruit te verspreiden naar Duitsland, Frankrijk, Nederland en het Groothertogdom Luxemburg, om vervolgens Groot-Brittannië, Zwitserland, Denemarken, Tsjechië, Hongarije, Oostenrijk, Zweden en tot slot Noorwegen in 2009 te bereiken. Alleen al in Frankrijk werden meer dan 82.000 haarden vastgesteld bij runderen. BTV8 verdween in 2010 dankzij met name de massale vaccinatie en de meeste getroffen landen werden opnieuw vrij verklaard in 2012 na uitgebreide controles van de veestapel. In augustus 2015 is het virus opnieuw opgedoken in Frankrijk. Vanuit het centrum van het land heeft het zich snel in alle richtingen uitgebreid. Frankrijk heeft onmiddellijk beslist om strategisch te vaccineren in functie van het aantal beschikbare doses vaccin, maar dit aantal is te klein om de ziekte tot staan te brengen. Deze ziekte wordt verspreid door kriebelmuggen en is daarom seizoensgebonden. Op 30 november bevond de noordelijke grens van de restrictiezone, die werd ingesteld om een perimeter van 150km te vormen rond de haarden, zich op ongeveer 150 km van de Belgische grens (de dichtstbijzijnde Franse haard op +/- 300km). Sindsdien, omwille van de winter en de daarmee samenhangende verminderde vectoractiviteit [eens de temperatuur beneden 15° C zakt], heeft de ziekte zich nog licht verspreid in Frankrijk naar het zuiden en naar het oosten, maar heeft België niet bereikt. Het nationaal referentielaboratorium CODA-CERVA en de experts op het vlak van de ziekte stellen echter dat de ziekte zich in 2016 opnieuw zal verspreiden vanaf de lente en hoogstwaarschijnlijk ons land zal besmetten. Er is dus nog geen enkel geval bij ons en alle verdachte gevallen zijn negatief gebleken. Een verscherpt toezicht op de aanwezigheid van deze ziekte vindt plaats deze winter bij de monitoring die elk jaar wordt uitgevoerd in de runderbedrijven. Tijdens overlegvergaderingen tussen de sanitaire autoriteiten, de landbouwsectoren en de dierenartsen, het CODA-CERVA en de eerstelijnslaboratoria (ARSIA-DGZ), werd besloten dat de beste bescherming vaccinatie is en dat de sector in elk geval moet beschikken over een vaccin. Dit is nu nog niet het geval omdat de vaccinfirma’s hun productie afstemmen op de vraag en er sinds 2010 ook nog nauwelijks vraag is geweest. Gelet op deze onbeschikbaarheid werd in het kader van dit overleg besloten om voldoende vaccins te bestellen, nodig voor het preventief vaccineren van runderen en schapen. Een lastenboek opgesteld voor de lancering van een offerteaanvraag werd voorgelegd aan de Inspecteur van Financiën die zijn advies gaf op 23 november (2015). Op basis van dit advies werd de offerteaanvraag aangepast en gelanceerd op 1 december 2015. De gunning zal eind januari, begin februari plaatsvinden. Zonder deze procedure zou de beschikbaarheid van vaccins in België veel te onzeker zijn. Volgens de eerste ontvangen informatie is er drie tot zes maanden nodig na de gunning van de overheidsopdracht en de bestelling om vaccins aan ons ter beschikking te kunnen stellen. Nog steeds in het kader van het aangehaalde overleg, heeft de Boerenbond inderdaad gevraagd om parallel daarmee een kosten-batenstudie te realiseren over de vaccinatie alvorens een beslissing te nemen over een verplichte of facultatieve vaccinatie. Alle partijen gingen akkoord met dit voorstel. Deze studie zal worden gerealiseerd door het FAVV en het CODA in de komende twee maanden. De resultaten van deze studie, alsook de resultaten van de offerteaanvraag (kost van het vaccin, aantal beschikbare doses en moment van de terbeschikkingstelling) en van het beleid dat gevoerd zal worden in de buurlanden, zullen vervolgens in aanmerking worden genomen om te beslissen over het al dan niet verplichte karakter van de vaccinatie, steeds in nauw overleg met de betrokken sectoren.