Schriftelijke vraag – Bijenplan

In het kader van de bespreking van het onderdeel “Veiligheid van de Voedselketen” van uw beleidsnota 2015-2016 heeft u melding gemaakt van de spoedige finalisering van het nieuwe federaal plan “Bijen 2016-2017”. Dat wordt de opvolger van het plan “Bijen 2012-2014”.

  1. Werd een evaluatie gemaakt van het Bijenplan 2012-2014? Graag een overzicht per maatregel.
  2. Wat is de stand van zaken van het nieuwe Bijenplan?
  3. Welke concrete maatregelen worden voorzien?
  4. Welk budget wordt uitgetrokken voor elke maatregel?
  5. Welke modaliteiten worden voorzien rond de controle van de korven door het FAVV en het optreden inzake pesticiden?
  6. Welke concrete onderzoeksprojecten worden gewijd aan de problematiek?
  7. Welke toezichts- en bestrijdingsprogramma’s tegen ziekten worden behouden of opgestart?
  8. In welke mate is het federale Bijenplan afgestemd op de gewestelijke initiatieven, meer bepaald in het Vlaams Gewest?
  9. Wanneer vond er het afgelopen jaar overleg plaats tussen het federaal niveau en de deelgebieden?

 

De balans van het Federale Bijenplan 2012-2014 werd uitgevoerd en aangekondigd door een persbericht van de FOD Volksgezondeheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu op 24 maart 2015, en is gepubliceerd op de website van de FOD. Een overzicht per maatregel is beschikbaar op de website www.levedebijen.be en op de websites van de verschillende partners aan deze website. Alle acties van het Plan die werden gelanceerd, hebben tot nu toe niet allemaal hun vruchten afgeworpen, en dit om verschillende redenen. Niettemin heeft dit plan de basis gelegd voor een nieuw beheer van deze problematiek en heeft ook essentiële acties in gang gezet. Het zou hier helaas te lang zijn om een overzicht van alle maatregelen te geven. Voor wat betreft het nieuwe Bijenplan kan ik u meedelen dat mijn medewerkers en ik in samenwerking met de ministers De Block en Marghem een nieuw plan uitwerken. Op basis van een inventarisatie van de verschillende aspecten met betrekking tot het behoud van de bijen in ons land en de voorstellen van de verschillende bevoegde federale overheden, analyseren we de voorgestelde pistes om de meest passende maatregelen te identificeren en prioriteiten te stellen. Deze pistes betreffen onder andere het verbeteren van de bestrijding van bijen parasieten, de monitoring van de sterfte van de honingbijen of het onderzoeken van acute sterfte van bijenkoloniën. Sommige van deze voorstellen worden al besproken met vertegenwoordigers van de bijenteelt en de dierenartsen. Bovendien, heb ik al door middel van de contractueel onderzoek dit jaar twee nieuwe onderzoeksprojecten gefinancierd voor een totaalbedrag van 550.000 euro, die recentelijk van start gegaan zijn. – Het eerste project, APIRISK, gaat over de insleep van pathogenen via stuifmeel, bijen en bijenteeltproducten en de identificatie van risico ter bescherming van plant en pollinator. – Het tweede project, BEE BEST CHECK betreft de ontwikkeling van een management tool ten voordele van de gezondheid van bijen voor bijenhouders. – Momenteel loopt er ook het ouder onderzoeksproject VARRESIST, een onderzoek naar varroa-tolerantie bij honingbijen in België. U vraagt verder welke modaliteiten worden voorzien rond de controle van de korven door het FAVV en het optreden inzake pesticiden. Voor wat betreft acute bijensterfte die mogelijk te wijten is aan intoxicatie door pesticiden heeft het FAVV in 2013 een draaiboek geïmplementeerd. Imkers die menen dat hun bijen gestorven zijn ten gevolge een pesticidenintoxicatie, kunnen beroep doen op het FAVV dat hierna kan overgaan tot verder residuonderzoek. Het FAVV bezoekt jaarlijks 10 % van de geregistreerde imkers en 5 % van de hobbyimkers (het overgrote deel van de Belgische imkers). Tijdens dit bezoek is vooral de aanwezigheid en het gebruik van geneesmiddelen tegen de varroamijt gecontroleerd. Verder, en in het kader van de actieve bewaking van de bijengezondheid, heeft het FAVV ook in haar controleplan 2016 monsternemingen voorzien voor onderzoek op de aanwezigheid van sporen van Amerikaans vuilbroed. Ten slotte voert het FAVV ook passief toezicht uit op de bijengezondheid. Elke verdenking van de aanwezigheid van Amerikaans en Europees vuilbroed, acariose, de kleine bijenkastkever (Aethina tumida) of de Tropilaelaps-mijt moet gemeld worden aan het FAVV. Na ontvangst van dergelijke melding gaat het FAVV onmiddellijk ter plaatse voor het uitvoeren van een klinisch onderzoek van de bijen, eventueel aangevuld met laboratoriumonderzoek. Ook alle omliggende bijenstanden worden onderzocht door het FAVV. Op deze manier werden in 2014 en 2015 meer dan 50 haarden van Amerikaans en Europees vuilbroed ontdekt en werden tientallen bijenstanden door het FAVV bezocht. Voor wat betreft de afstemming op de gewestelijke initiatieven werd er een Werkgroep Bijen opgericht in 2012. Deze werkgroep verzamelt de federale en regionale overheden die bevoegd zijn voor de bescherming van bijen. Het Federale Bijenplan, alsook de acties genomen door de Gewesten, werden verschillende keren toegelicht. Deze werkgroep zorgt voor een relatieve samenhang tussen de maatregelen genomen door de betrokken overheden. Een samenkomst van de werkgroep bijen kwam normaal gezien laatst jaar samen op 25 november 2015 maar is door omstandigheden (dreigingsniveau) pas dit jaar samengekomen op 14 januari 2016. Het is de bedoeling dat in de toekomst deze werkgroep door de interactie van een elektronisch netwerk nog nauwer gaat samenwerken. Bovendien werd op 5 mei 2015 een vergadering bijen in Hasselt door het kabinet Joke Schauvliege georganiseerd waarbij de federale en regionale overheden uitgenodigd werden om samen te overleggen betreffende de bijenproblematiek.