Schriftelijke vraag aan de Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s, Landbouw en Maatschappelijke betreffende de dollekoeienziekte

Begin jaren 2000 werden in België jaarlijks honderdduizenden runderen getest op BSE of de zogenaamde dollekoeienziekte. De tests werden deels gefinancierd door het inmiddels geregionaliseerde Belgisch Interventie- en Restitutiebureau (BIRB) en het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV). De Belgische staat was daarbij volgens de rechters van het Europees Hof van Justitie te gul. Ons land mocht niet meer dan 40 euro per test vergoeden, al de rest is volgens het Hof verboden staatssteun. In totaal zou het om 6,6 miljoen euro gaan.

België ving vorig jaar al eens bot met een vernietigingsberoep. En ook de hogere voorziening die ons land nog instelde, draait nu op niets uit. Dat betekent dat België 6,6 miljoen euro moet terugvorderen van veehouders en slachthuizen.

Vraag: 1. Zal België effectief 6,6 miljoen euro moeten terugvorderen of zijn er nog bijkomende procedurele stappen die kunnen of zullen worden ondernomen? 2. Op welke termijn moet dit bedrag worden teruggevorderd? 3. Op welke manier zal dit bedrag worden teruggevorderd? 4. Hoeveel landbouwers zullen worden gevat door de terugvordering? Graag een opdeling per regio. 5. a) Hoeveel boeren, die destijds de steun ontvangen hebben, zijn inmiddels overleden of gestopt? b) Worden ook de landbouwbedrijven die intussen werden overgenomen door deze terugbetaling gevat? Zo ja, over hoeveel bedrijven gaat het dan? 6. a) Zal enkel het FAVV de terugvordering verrichten of moet dat ook deels door het inmiddels geregionaliseerde BIRB worden gedaan? b) Betreft de terugvordering met andere woorden louter een federale materie of worden ook de regio’s hierdoor gevat ten gevolge van de regionalisering van het BIRB?
Antwoord:

Op dit moment maakt de terugvordering zoals geëist door het Europees Hof van Justitie het voorwerp uit van een grondig onderzoek. Het Europees Hof van Justitie had op 30 juni beslist om het door België aangetekende beroep te verwerpen. Ons land had dit beroep immers aangetekend tegen de uitspraak van het Hof waarin werd gesteld dat België in de periode van 1 januari 2003 tot en met 30 juni 2004 onterechte staatssteun zou hebben verleend in het kader van de staalnemingen voor de opsporing van boviene spongiforme encefalopathie. Voor de terugvordering wordt er gewacht op de uitspraak in een andere zaak: de Europese Commissie heeft namelijk in de tussentijd een nieuwe zaak tegen België aangespannen wegens het niet uitvoeren van het recupereren van de onterecht teveel uitgekeerde steun aan de betrokken landbouwers, en voor deze inbreukprocedure is nog geen datum van uitspraak bekend. Pas als alle procedures zijn afgelopen, zullen alle elementen bekend zijn waarop België zich zal kunnen baseren om de eventuele terugvordering in praktijk te kunnen brengen. Er zijn op dit moment verschillende opties mogelijk rond de toepassing van een aantal regels waarvoor nog overlegd moet worden met de Europese Commissie. Pas als dit overleg afgerond is, kan definitief uitsluitsel gegeven worden over het effectief terug te vorderen bedrag dat evenwel in alle hypotheses substantieel lager zal zijn dan het oorspronkelijk voorziene bedrag.