Mondelinge vraag over het gebruik van antibiotica in landbouwbedrijven

In De Standaard verscheen toen een artikel in verband met de eurobarometer over antibioticagebruik. De antibioticaresistentie van darmbacteriën, zowel bij mens als dier, blijkt toe te nemen. Een deel van de resistentie valt terug te brengen op het gebruik van antibiotica in de veeteelt.

De antibiotica die aan dieren wordt toegediend, vindt immers via de vleesconsumptie de weg naar de mens, zoals blijkt uit een wetenschappelijk onderzoek dat werd verricht in zeven landen, namelijk in België, Denemarken, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Zweden en Zwitserland. Ons land scoort het hoogst, zowel inzake het gebruik van antibiotica als inzake de resistentie tegen antibiotica. De Europese Commissie waarschuwde eerder al voor een opvallende toename van de multiresistente gramnegatieve bacteriën, die blaasontstekingen, bloedinfecties en mondinfecties kunnen veroorzaken. In het verleden werden daaromtrent al vragen gesteld in de plenaire vergadering en in de commissie. In antwoord op die vragen werd telkens verwezen naar het BelVet-SAC-rapport, waarin onder meer staat dat België in 2012 een daling van 7,1 % kende op het vlak van de totale antibioticaconsumptie in vergelijking met 2011. Als wij dat vergelijken met cijfers uit andere landen, zoals Nederland met een daling van 50 % of Denemarken met een daling van 25 %, dan valt de prestatie van België nogal mager uit. Mevrouw de minister, daarom heb ik de volgende vragen. Hoe komt het dat de afname van de antibioticaconsumptie van dieren in België veel lager ligt dan in andere landen? Overweegt u nieuwe maatregelen? Bestaat er een toezichtorgaan dat concreet bijhoudt hoe de toediening van antibiotica verloopt, zowel in de mengvoederfabrikantensector als bij de veeartsen en de landbouwers? Is het mogelijk om cijfergegevens te krijgen met betrekking tot de antibioticaconsumptie per diersoort of bestaan er alleen globale cijfers? Ziet u heil in de oprichting van een registratiesysteem dat per landbouwbedrijf bijhoudt hoeveel antibiotica er wordt toegediend? Bent u het ermee eens dat een dergelijk systeem, zoals het in andere landen bestaat, ertoe kan bijdragen dat er meer gerichte maatregelen worden genomen? 01.02

Minister Sabine Laruelle: Mevrouw de voorzitter, in een aantal Europese landen lopen reeds langer programma’s of werden doelstellingen vooropgesteld voor de vermindering van het gebruik van antimicrobiële middelen. Om de consumptie van antimicrobiële middelen te verminderen werd in België AMCRA opgericht. AMCRA is een kenniscentrum dat voor een groot deel door het FAVV en het FAGG wordt gefinancierd. Verschillende instrumenten werden ontwikkeld, waaronder de formularia voor dierenartsen, de gidsen voor bedrijfsgezondheid en een goed gebruik van antibacteriële middelen, en de autoregulatieadviezen bij voedselproducerende dieren. De eerste adviezen werden pas begin 2013 gepubliceerd en verspreid. Een efficiënter gebruik van antimicrobiële middelen als gevolg van deze adviezen kan pas zichtbaar worden in de loop van 2013. Eveneens naar aanleiding van een advies van AMCRA werd een vergunning voor het in de handel brengen van zinkoxide verleend. Zinkoxide in therapeutische concentraties kan worden ingezet ter vervanging van colistine, een voor de mens kritisch antibioticum, ter preventie en behandeling van speendiarree. Er volgt een jaarlijkse evaluatie. Indien nodig zullen er doelstellingen of nieuwe maatregelen worden geformuleerd. De daling die in 2012 werd geboekt, is voornamelijk toe te schrijven aan de algemene sensibilisatie van de sector over het belang van antimicrobiële resistentie ten gevolge van het overmatig gebruik van antimicrobiële middelen. De Nederlandse Autoriteit Diergeneesmiddelen is noch een overheidsinstelling noch een toezichtorgaan, maar een private instelling die zich richt op het bevorderen van verantwoord antibioticagebruik, net zoals AMCRA in België. Het FAGG en het FAVV werken samen aan een elektronisch datacollectiesysteem. De analyse van de verzamelde gegevens zal eveneens door wetenschappelijke overheidsinstellingen worden uitgevoerd, namelijk door het CODA en het WIV, beide onderzoeksinstellingen die afhangen van de FOD Volksgezondheid. Het FAGG is bevoegd voor het verzamelen van de gegevens over het gebruik van antimicrobiële middelen. Tot op heden is er geen registratie van het gebruik van antimicrobiële middelen op bedrijfsniveau en/of per diersoort, maar met het reeds vermelde elektronisch datacollectiesysteem zal daarin verandering komen. Het datacollectiesysteem zal geënt worden op de databank Sanitel bij het FAVV, die de gegevens van de veehouders en de veehouderij bevat en uitgebreid zal worden met een module voor gegevenscaptatie over het gebruik van antimicrobiële middelen. Er wordt verwacht dat dit datacollectiesysteem operationeel zal zijn in het tweede semester van 2014. De invoering van het datacollectiesysteem zal het inderdaad mogelijk maken zowel de voorschrijvende dierenartsen als de veebedrijven te benchmarken en gericht te sensibiliseren. Afhankelijk van het effect van de sensibilisatie kunnen bijkomende maatregelen of doelstellingen opgelegd worden aan de dierenartsen en veehouders.

Ine Somers: Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord, waaruit ik begrijp dat er wel al acties ondernomen zijn, maar dat de weerslag ervan nog moet komen. In de volgende jaren zullen de resultaten duidelijk worden. Het is belangrijk om de datacollectie in de komende jaren gerichter op te volgen, zodat wij op een goede manier met andere landen kunnen vergelijken.