Mondelinge vraag – Het onbeschikbaar zijn van geneesmiddelen

Ine Somers (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, uit een rondvraag van de APB blijkt dat drie keer per dag een geneesmiddel in ons land onbeschikbaar is of 1 200 keer per jaar. Het probleem rijst blijkbaar zowel in gewone apotheken als in ziekenhuisapotheken. Het gaat zowel om onbeschikbaarheid bij de fabrikant als om situaties waarbij de fabrikant slechts een beperkte hoeveelheid beschikbaar stelt voor ons land omdat hij in andere landen meer kan verdienen aan het geneesmiddel. De onbeschikbaarheid kan zeer problematisch zijn voor de behandeling van de patiënt.

Zelfs kankergeneesmiddelen kunnen onbeschikbaar zijn, wat ertoe leidt dat de patiënt zijn behandeling moet onderbreken. U zou beloofd hebben om dit probleem aan te pakken. Hebt u officiële cijfers over de onbeschikbaarheid van geneesmiddelen die een gevaar inhouden voor de gezondheid van de patiënt? Hebt u deze problematiek reeds besproken met de producenten? Welke maatregelen kunnen er genomen worden om de beschikbaarheid te verbeteren? Vermits de onbeschikbaarheid ook te maken heeft met het feit dat producenten blijkbaar geneesmiddelen soms liever aan andere landen verkopen, is de vraag of het niet wenselijk is deze problematiek op Europees niveau aan te kaarten en te zoeken naar een oplossing op Europees vlak?

 

Minister Maggie De Block: Mevrouw de voorzitter, mevrouw Somers, het uniek meldpunt voor tijdelijke en definitieve  onbeschikbaarheden voor geneesmiddelen bij het FAGG, dat van start is gegaan op 1 januari 2014, geeft ons de volgende cijfers met betrekking tot onbeschikbaarheden die een probleem kunnen opleveren voor de behandeling van de patiënten: 15 onbeschikbaarheden in de loop van 2014 en acht in de loop van 2015. In 2014 werden 14 van deze 15 gevallen opgelost door een aanvraag tot afwijking op de invoer van deze geneesmiddelen uit het buitenland van de betrokken firma bij de Commissie voor Advies van het FAGG. In 2015 werden totnogtoe op deze manier zeven van de acht gevallen opgelost. Het geneesmiddel waarvoor geen oplossing kon worden gevonden was in 2014 Inderal Retard Mitis, een bètablokker, en in 2015 Valtran, een pijnstiller. Overleg met de farmaceutische industrie is er op twee vlakken. Ten eerste, is er, zoals vermeld, voor concrete gevallen de Commissie van Advies, waar afwijkingen kunnen worden gegeven voor de invoering van deze geneesmiddelen uit het buitenland op vraag van de betrokken firma’s. Ten tweede, is er de taskforce FAGG-RIZIV met vertegenwoordigers van de betrokken sectoren, inclusief de apothekers, de distributeurs en de ziekenfondsen. De taskforce zoekt naar duurzame oplossingen voor deze problematiek. Het creëren van een uniek meldpunt is een van zijn eerste realisaties. Dat laat ons ook toe te weten hoeveel gevallen er zijn. Dit najaar zullen zij ook een aantal concrete maatregelen voorstellen tot het zoeken naar oplossingen, die wij ook zullen trachten te nemen. Het is inderdaad een Europees probleem. Er bestaat ook daar een taskforce. Het FAGG is hierin vertegenwoordigd. Ook hier wordt in eerste instantie gewerkt aan het verbeteren van de informatie en de communicatie inzake deze problematiek. Wij hebben daar gezegd dat hiervoor oplossingen moeten worden gezocht, niet alleen op Europees vlak maar ook in ons land. Wij zullen verhinderen wat wij kunnen. Dat staat ook in het farmaceutisch pact.

Ine Somers (Open Vld): Mevrouw de minister, ik denk dat dit uniek meldpunt heel belangrijk is omdat wij deze problematiek dan kunnen opvolgen. Er kan dan snel gereageerd worden en oplossingen worden gezocht. Wij zullen de resultaten afwachten en dan bekijken of er nog bijkomende acties moeten worden ondernomen.

Ondertussen stellen we vast dat er in de zomer van 2016 tekorten gaan zijn in de Belgische ziekenhuizen van narcotica producten. Hieromtrent werd een nieuwe mondelinge vraag ingediend.