FINANCIEEL RESULTAAT

 

Het moet gezegd worden dat in vergelijking met 2012 de financiële prognose nu beter is dan toen. We voldoen aan de 2 essentiële parameters en we hebben nog een buffer van om en bij de 20 miljoen euro, maar we moeten ook stellen dat deze buffer in 2017 nog 37 miljoen bedroeg.

Investeringen:

Anders is het gesteld als we naar de investeringen kijken. Dit jaar stonden er veel op de agenda, in het budget van 2018 zijn er enorm veel investeringen voorzien, namelijk 44,6 miljoen. Echter in 2019 valt dit terug naar 23,3 miljoen en in 2020 slechts 7.3 miljoen om nog te kunnen voldoen aan de 2 financiële parameters.

Dit is alvast niet realistisch. Er is geen enkel jaar in deze legislatuur geweest met zulke een laag bedrag aan investeringen. Het laagste kenden we in 2014 met 14,9 miljoen euro. Er is dus weinig marge voor investeringen. Dat zorgt voor een minder rooskleurig beeld wat betreft onze financiële slagkracht.

Leningen:

Wat we uiteraard daarop volgend ook vaststellen is de enorme toename van de kostprijs verbonden aan de leningen. De aflossing van de financiële schulden bedraagt elk jaar ongeveer 8.5 miljoen euro. Dat stijgt met een miljoen in 2018 en stijgt tot 10.5 miljoen in 2019. Dat wil zeggen dat deze legislatuur niet alleen financiële middelen heeft opgebruikt maar ook de toekomstige jaren belast met 2 miljoen extra aflossingen aan leningen.

Om met die beperkte investeringsmarge en een verhoogde leningslast een beleid te voeren waarbij de financiële situatie gezond moet blijven is alvast een uitdaging. We merken op dat hiervoor de exploitatie ontvangsten moeten toenemen over de jaren heen om zo de autofinancieringsmarge positief te hebben.

Wat betreft belastingen zijn er enkele positieve evoluties vast te stellen de voorbije jaren.
Het afschaffen van de belastingen op loggia’s en uitspringende gebouwgedeelte in 2016 en het opheffen van bijkomende aanslag voor tapperijen en slijterijen.

Maar er werden ook nieuwe belastingen ingevoerd in 2016 zoals belasting op het verspreiden van niet –geadresseerd reclamedrukwerk en een retributie op niet betwiste niet fiscale ontvangsten.

Er is nu op opheffen van de belasting op openingsuren van de horeca daar zijn we zeker voor te vinden.
Anderzijds is er de verlaging van de belasting op inname openbaar domein bij bouwwerken die wij alvast anders zien en de belasting op het verdelen van het verdelen van promotiemateriaal op de openbare weg bij niet aanvraag.

Er beweegt wel wat op vlak van belastingen. Soms in goede richting, soms niet.

Zoals u weet zijn wij voorstander van minder belastingen en transparante belastingen.
Maar wij als fractie zouden graag een duidelijke visie zien in het kader van de belastingen die we kennen. Zoals bij de afschaffing ervan in de horeca kennen we de achterliggende reden en die is correct. Echter bij andere belastingen is dat minder duidelijk en is dat ingegeven niet zozeer door een beleid maar eerder op basis van een vraag van een entiteit of een situatie die zich voordoet.

Graag hadden wij als fractie aantal criteria gezien dewelke het stadsbestuur hanteert bij het opheffen of invoeren of verlagen/verhogen van een belasting.
Voorbeelden zijn:

 

Meerjarenplanning:

Wat betreft de meerjarenplanning werd er nog geen rekening gehouden met de integratie stad en OCMW enerzijds en anderzijds de oprichting van Zorgpunt Waasland.

Het moet toch alvast interessant zijn de vooropgestelde evolutie in kaart te brengen in de mate dat dit reeds mogelijk is, eventueel in een aparte nota.
Wat betreft stad en ocmw weten we dat dit 2 aparte juridisch entiteiten blijven, maar gaan er ook 2 aparte budgetten gemaakt worden in de toekomst?
In welke mate gaat er binnen dat budget rekening gehouden worden met een dotatie die naar Zorgpunt Waasland gaat. Om een budget voor het OCMW vanaf 2019 te maken is het belangrijk dat men de middelen die het OCMW nu krijgt goed kan opsplitsen tussen de taken nog behorend tot het OCMW en deze door Zorgpunt Waasland.
Het mag niet zijn dat Zorgpunt Waasland de taken en middelen van het OCMW in het gedrang kan brengen.

Maar dit is voor 2019 en volgende jaren.

Zorgpunt Waasland.

Wel in 2018 zullen er veel kosten worden gemaakt en tijd van personeel gebruikt worden om Zorgpunt Waasland voor te bereiden. Dit heeft een enorme impact op de ondersteunende diensten. M.b.t. het personeel lijkt het me evident dat het voornamelijk de mensen zijn die zullen mee overgaan naar het OCMW die betrokken gaan worden in het project, al kon hier geen duidelijkheid worden gegeven op de commissie.

Naast het werk dat er nog is met de ambtelijke organisatie van stad en ocmw, de integratie van stad en ocmw evenals de wijzigingen die het beleid wenst door te voeren, stellen wij ons de vraag in welke mate is dat voor het betrokken personeel allemaal haalbaar en realistisch? En komt de workload niet steeds bij dezelfde te liggen.

Nergens is er een becijfering te vinden van de kosten verbonden aan de voorbereiding van Zorgpunt Waasland.  Voor onze fractie zouden deze kosten moeten doorgerekend naar het Zorgpunt Waasland. Of op zijn minst moet bijgehouden worden wat dit hele project heeft gekend aan personeelskosten. Voor ons is het belangrijk dit te weten. We vrezen terecht dat de enorme inspanningen van personeelsleden zal resulteren in het niet kunnen uitvoeren van taken van het stadsbestuur. Dit in kaart brengen is essentieel. Weten wat iets kost!

Elk jaar worden er audits uitgevoerd in het kader van organisatiebeheersing. Hoe worden de organisatieonderdelen geselecteerd? Bestaat er ergens een lijst van de volgorde die zal gehanteerd worden? Wij gaan er alvast vanuit dat organisatieonderdelen met een minder positieve beoordeling hierin voorrang krijgen zeker wat betreft efficiëntie en effectiviteit.

Naast personeel dat enorm belast zal worden door het project Zorgpunt Waasland zal er ook een belangrijke impact zijn op het ICT gebeuren.

Daarbij toch enkele bedenkingen. Als we het investeringsbudget ICT van het OCMW bekijken dan is dat met 600.000 euro verminderd. Geld dat nodig is om een noodwoning aan te kopen en het betalen van kosten verbonden aan het woonzorgcentrum De Gerda.

Hoe valt dit te rijmen met het voorgaande, namelijk de oprichting van Zorgpunt Waasland en de effecten ervan op ICT.
Op de commissie is bovendien gesteld dat de 40/60 regel niet meer van toepassing is voor de opsplitsing in de ICT kosten tussen OCMW en Stad.

Wij hadden dan ook graag een lijst gekregen van alle ICT programma’s/projecten en de verhouding stad/ocmw. Als het OCMW dan iets bespaart op ICT zou de stad dat ook moeten doen als dat blijkt uit de verhoudingen vastgelegd. Nu hebben wij hier geen zicht op en is het ook niet te controleren.


Waasland digitaal
, een project rond de migratie van het serverparken naar de cloud.
Hier al een eerste bedenking. Zijn dat de servers van stad en OCMW? Want dan is er hier al een inmenging met Zorgpunt Vlaanderen.
Je stelde in de commissie dat dit een pilootproject was (de studie zou op 8/12 klaar zijn om dan tegen 19/12 een beslissing te nemen.
è wij zijn bij de eersten è welke garanties worden er geboden? Wij geven dan deze taak volledig uit handen of werd dit nu ook al grotendeels uitbesteed? (effect op workload afdeling)è Wat staat er in het service level agreement?
In de commissie hebt u gezegd dat er nog moet bekeken worden wat er kan overgezet worden en wat in eigen beheer zal moeten blijven omdat het technisch gezien niet mogelijk is om het over te zetten.
Bepaalt dat eigenlijk niet mee de beslissing van 19/12?
Wat is het risico m.b.t. installaties/servers die niet kunnen overgezet worden (vaak wegens veroudering)è moeten deze snel vervangen worden of niet?

Stand van zaken computersysteem omgevingsvergunningen?

In het begin van mijn tussenkomst heb ik het al gehad over de vele investeringen die in 2018 op de agenda staan.

De meerderheid laat niet in zijn kaarten kijken welke grote projecten de voorkeur krijgen.

Een aantal belangrijke zijn:

 

Nu we het over het Heymanplein hebben, hebben we het automatisch over de ruimtelijke invulling in onze stad en dus een aantal grote projecten waar deze legislatuur al menig woord over is gezegd:

Nu we het over de lobbenstad hebben, komen we aan de topic leefbaarheid van onze stad.

We lezen dat men vrijwilligers gaat inzetten om  zwerfvuil op te ruimen. Dat is goed. Maar hoeveel mensen betalen vandaag de dag een GAS boetes voor zwerfvuil? Hoe intensief wordt gezocht naar de veroorzaker van het zwerfvuil.

Maar leefbaarheid is niet enkel de problematiek van zwerfvuil. Andere aspecten zijn groenvoorzieningen, energiebeleid, mobiliteit.

Er zijn zeker projecten in onze stad die de focus leggen op energiezuinigheid, op uitbreiding van openbaar groen, het creëren van speelbossen in deelgemeenten enz.

Maar voor ons mag vergroening van de steden mag niet zomaar een modeterm zijn. Zoals reeds gesteld is de druk op open ruimte enorm. We moeten dan ook niet de indruk wekken dat er zeeën van ruimte in de stad zijn om parken en andere groene ruimtes aan te leggen. Precies daarom is een rationeel en verantwoord gebruik van de ruimte noodzakelijk, maar ook een beleid dat verder gaat dan ruimtegebruik.

 

Daar kan het stadsbestuur volgens onze fractie veel verder in gaan:

Kortom als stad zijn we op vlak van vergroening en energiebewustzijn met veel zaken bezig, maar het kan vooruitstrevender, innovatiever, creatiever,….. en bovenal zichtbaarder voor iedereen, voor de ondernemer, de bezoeker, de bewoner….en vooral ook extra kansen bieden.

Verstedelijking neemt toe en de betekenis van groen voor het menselijk welzijn en de gezondheid is van belang. Maar naast gezonder een aangenamer leven zijn er nog voordelen:

Het kan een voorstel zijn om de groendaken mee te nemen in de studie die zal gemaakt worden rond de economische mogelijkheden die er nog zijn voor onze stad. Het is interessant dat zulk een studie er komt naast de detailhandel en de horeca.

Het is namelijk essentieel jobs bij te maken. In de commissie heeft Schepen Hanssens verwezen naar onze bijzonder lage jobratio, iets waar onze fractie budget na budget op wijst.

En het is essentieel dat onze jobratio naar omhoog gaat, hier kadert dan ook ons voorstel rond tuinbouw in industrieparken in. Omtrent jobcreatie steunen we dan ook het project Constructiv. In 2010 werd door onze fractie aan het schepencollege gevraagd het  bouwbaanproject te willen ondersteunen en dit met als bedoeling de toeleiding van laaggeschoolden en langdurige werklozen naar een knelpuntberoep in de bouw te verbeteren in SN. Dit werd zelfs na meerdere keren voorstellen niet als prioritair geacht. Maar nu na 7 jaar komt men dan toch tot dit inzicht en steunt men een project met een gelijkaardige doelstelling.

En het is belangrijk dat er meer job komt in Sint-Niklaas. Ik heb al verwezen naar de positieve invloed van groen op het vestigingsklimaat voor kennisintensieve en internationale bedrijven. Dus hier moet ook naar gekeken worden in de studie.

Op deze manier komt er een aanbod naar werk zowel voor laaggeschoolde mensen maar ook voor hoger opgeleide mensen. En deze mix is essentieel en zijn we in Sint-Niklaas al enige tijd verloren.

Dat jobcreatie noodzakelijk is bewijst ons armoedecijfer meer dan ooit. In 2001 bedroeg dit 6.7%, in 2012 14% en in 2016 19,6 % en dit in vergelijking met 12% voor Oost-Vlaanderen. En dat een job alleen je niet noodzakelijk uit armoede haalt weten wij maar al te goed. Toch is het een belangrijke voorwaarde.

In het kader van armoede is het jammer te moeten vaststellen dat het aantal daklozen toeneemt in Sint-Niklaas en dat daardoor het niet mogelijk is om het energiethema kwaliteitsvol uit te voeren.
Het is goed vast te stellen dat er alles aan gedaan wordt om een uithuiszetting te vermijden. Ook de uitbreiding van het buddyproject voor mensen in armoede wordt door onze fractie als positief onthaalt.

Armoedebeleid is zeer uitgebreid in Sint-Niklaas, soms toereikend, soms ontoereikend. Maar hebben wij een zicht wat iemand aan ondersteuning krijgt in Sint-Niklaas als men een leefloon heeft, als men werkloos is en als men begint te werken. Om ons beleid te optimaliseren is het belangrijk om mogelijker negatieve effecten van ons beleid te kennen en bij te sturen. Wij gaan er als fractie vanuit dat de volledige synergie tussen stad en ocmw het globale armoedebeleid nog beter in kaart te brengen en ook het beleid nog verder te verbeteren.

Dan komen we aan mobiliteit evenals het onderhoud van onze infrastructuur inzake deze.

Er is een budget voorzien voor asfaltering van wegen maar men weet nog niet welke wegen. Er zal eind 2017 gestart worden met een schadeclassificatie van alle verhardingen.
Is daar al mee begonnen?
Kunnen wij die classificatie bekomen?
Wij zijn al lang vragende partij om op een objectieve manier een lijst op te stellen waar schadeclassificatie zeker en belangrijke parameter is om de prioriteit te bepalen.
Hetzelfde vragen we voor fiets-en voetpaden.
Maar andere factoren spelen ook een rol zoals bijvoorbeeld de hoeveelheid dat een baan, fiets-of voetpad gebruikt wordt? De veiligheid?
Welke factoren worden allemaal meegenomen om de schadeclassificatie vast te stellen?

Inzake het ganse circulatieplan is al een grote weg afgelegd, met veel inspraak en communicatie t.a.v. de burger. Toch is er veel te doen om omdraaien rijrichtingen (bv. Brugsken) en rond de verkeersafwikkeling van de Grote Markt. Hier is nog geen duidelijkheid over, moeten nog verder studies en onderzoeken gebeuren.

Het is belangrijk vast te stellen dat een vroegtijdige communicatie mensen in paniek kan doen slaan. Het lijkt ons dan ook nuttig om ergens eens duidelijk kort en beknopt aan te geven wat de mensen mogen verwachten volgende jaar en eventueel kort nadien. Aangevuld met de rest van het mobiliteitsplan waar een aantal voorwaarden zijn aan verbonden zoals de Oostelijke tangent, zoals Heymanplein, zoals Stationsbuurt noord, zoals de lobbenstad, zoals de bedrijventerreinen enz…..
Communicatie is goed en alles kaderen in een groter geheel zeer zeker. Toch moet men ten allen tijde duidelijkheid rond timing verschaffen.


Wonen:

Alternatieve woonvormen krijgen een “wettelijke” context: ook al lang een vraag van Open Vld, jammer dat het weerom zo laat is.

Om woonprojecten te definiëren is een actualisatie van de noden noodzakelijk. Dit dient meegenomen te worden in alle grote projecten waarover gesproken wordt.

Belevingsonderzoek bij kinderen in het kader van kindvriendelijke stad. Welke kinderen? Welke leeftijd? Voor wie wil men vriendelijk zijn? Welke  leeftijdscategorie?

We weten toch zelf wat kinderen bezig houdt, wat hun interesses zijn. Wij hopen enkel dat je je niet tot een te beperkte leeftijdscategorie gaat richten…..

Gezondheid:

Opgelet met lijsten met 3de betalers, geef lijsten van iedereen met de vermelding of het een derde betaler is of niet. Iedereen heeft vrije keuze van gezondheidszorg.

Participatie

Dat participatie nog niet de praktische uitvoering heeft zoals die zou moeten hebben en het stadsbestuur er nog niet in slaagt dit in zijn noodzakelijke vorm te implementeren is al meermaals  gebleken.

Toch zijn er ook goede zaken. Zo steunen wij het project Wijk in de kijker en zijn we blij met de uitbreiding hiervan en het effectief uitvoeren van voorstellen samen met de burgers.

Ook de communicatie rond een aantal projecten verloopt zeer vlot. Weliswaar iets te vlot, denk aan de vele in het verleden gecommuniceerde projecten rond mobiliteit, de verschillende projecten rond stadsvernieuwing, de communicatie rond autoluw/autovrij. Sommige projecten worden groots aangekondigd, zonder al te veel participatie, andere met participatie. Maar vaak weet de burger niet meer wat nu wanneer gaat komen, ze stellen zich soms terecht de vraag in welke volgorde bepaalde projecten gaan gebeuren, of ze effectief gaan gebeuren dan wel ballonnetjes die opgeworpen worden door een Schepen.

Het is belangrijk dat de Schepen van participatie ook toeziet op participatie in projecten van een Schepen  door andere betrokken schepenen. Dit om er voor te zorgen dat daar linken bestaan, zonder tegenstrijdigheden. Een controlebevoegdheid moet Schepen Henne hebben over andere schepenen om te zien of participatie ter harte wordt genomen. Moet zij de content van elk project kennen, neen, maar wel het participatief karakter…..