BRIEVEN VAN HOOP

Op 25 oktober werd er in De Kamer een ongewone dialoog tussen patiënten met uitgezaaide borstkanker en beleidsmakers gehouden. Een nieuwe studie rond gemetastaseerde borstkanker van de Stichting tegen Kanker werd toegelicht en in een tweede luik werd het boek Brieven van Hoop voorgesteld waaraan ik mijn medewerking verleende. Pakkende getuigenissen van sterke vrouwen! Mooie ontmoeting!

De specifieke noden en speciale behoeften van deze groep patiënten werden helder blootgelegd. Er moet o.a. meer ingezet worden op heldere, volledige en transparante informatie alsook op de psychosociale begeleiding.

Hierbij vind je mijn bijdrage in het boek als reactie op één van de getuigenissen:

 

“Beste kranige, moedige, mondige, inspirerende Suzanne,

Ik heb met veel aandacht je “brief aan mijn uitgezaaide borstkanker” gelezen en ben zeer onder de indruk van de kracht en het positivisme die van je brief spat! De manier waarop je al die jaren omgaat met je “alles behalve geliefde kanker” is zeer bewonderenswaardig te noemen. Dat in eerste instantie de grond onder je voeten wegzakt is zeer begrijpelijk, maar de manier waarop je dan de wapens opnam en ten oorlog trok verbaast mij nog meer.

Als beleidsverantwoordelijke in de commissie Volksgezondheid wil ik doen wat ik kan om gemetastaseerde borstkanker mee onder de aandacht te brengen en deze patiënten te helpen. We hebben in België goede behandelingsprogramma’s en onco-teams, waarbij er zowel aandacht is voor de ziekte zelf als voor de levenskwaliteit van de patiënt. Maar het is nog altijd aan de patiënt zelf om de “kleinere”, minder zichtbare dingen die “het vergif” onweerlegbaar met zich meebrengt, iedere dag opnieuw het hoofd te bieden. Ik denk daarbij aan die ellendige vermoeidheid, haaruitval, nagels die verdwijnen, je vormen die veranderen, handen en voeten die uitdrogen,… . Het wapenarsenaal waarmee jij elke dag opnieuw aan de frontlijn gaat staan, is fenomenaal. Door zo goed voor jezelf te zorgen heb je een manier gevonden om je ziekte te dragen, te aanvaarden wat je “alles behalve geliefde kanker” je heeft afgenomen en andere levensdoelen uit te stippelen hetgeen je zelfs tot een beter mens heeft doen evolueren. Hoedje af!

Maar wat ik je strafste stoot vind, is dat je het “dubben” hebt neergesabeld. De mallemolen in je hoofd laten stilvallen lijkt voor mij de zwaarste veldslag, maar ik merk dat je in het “hier en  nu” bent door naar de yoga te gaan, muziek te beluisteren, te genieten van je tochten in de natuur en je handwerken. Kortom, elke dag wil jij de moeite waard maken ondanks de beperkingen van een kankerbehandeling.

Tevens besef ik ook zeer goed dat niet alle patiënten zo strijdlustig zijn als jij, Suzanne. Net daarom vind ik deze “Brieven van Hoop” een bijzonder initiatief en kan jouw getuigenis écht wel een verschil betekenen en anderen aanzetten om meer zorg te dragen voor zichzelf en hun ziekte te helpen dragen. Maar ook familieleden, onco-coaches en beleidsverantwoordelijken kunnen uit je brief leren en ideeën meenemen. Je promotie tot zelfzorg kan ik ook linken aan het  thema Therapietrouw waar ik heel hard mee bezig ben en mij nauw aan het hart ligt.

Tegelijkertijd past jouw brief in het rijtje van de welgemeende aandacht en respect die borstkankerpatiënten verdienen. De dingen van je afschrijven en zo anderen inspireren lijkt mij ook zeer belangrijk voor het welzijn van de patiënt opdat zij of hij ondanks haar of zijn ziekte kan blijven deelnemen aan het sociaal en maatschappelijk leven.

Als vrouw, moeder, partner, vriendin, politica neem ik je promotie tot zelfzorg zeker ook mee. Zelfzorg laat vaak wel eens te wensen over in mijn hectisch leventje. 

Tenslotte leer ik van jou dat opgeven geen optie is en ik ben ervan overtuigd dat dit ook de juiste ingesteldheid is om deze ongelijke strijd te voeren. Je vechtlust en levenswil werkt inspirerend en daar kan ik alleen maar enorm veel respect voor tonen. Je bent een straffe madam, mevrouw Suzanne.

Een diepe buiging maak ik voor jou,

Ine Somers

Federaal Volksvertegenwoordiger, commissie Volksgezondheid”